Podenco Ibicenco

De Pondenco Ibicenco is een lieve hond, waarin vooral kinderen veel vertrouwen stellen. Hij is echter snel beledigd en raakt vanwege zijn scherp gehoor snel in verwarring als men tegen hem schreeuwt. Hij bezit een groot uithoudingsvermogen en kan, volgens de bewoners van Ibiza, zowel overdag als in paren jagen. Het is echter geen hond die er in zijn eentje vandoor gaat en niet terugkeert. Hij vecht zelden en moet daar echt voor worden opgehitst. Het zijn goede apporteurs en ze worden op het eiland vaak op de jacht zonder geweer meegenomen.

Formaat

Gewicht: circa22,5 kg. Hoogte: reu 56-71 cm, teef kleiner.

Lichaamsbeweging

Het zou niet aardig zijn deze jachthond in een beperkte ruimte te houden, want het is een onvermoeibare hond, die goed kan apporteren en bijzonder hoge sprongen kan maken. Hij vormt voor de jager een uitstekende metgezel. Men moet hem niet in een kennel houden; het beste is hem als een gezinshond te beschouwen.

Uiterlijke verzorging

De Podenco Ibicenco moet dagelijks flink worden geborsteld.

Voeding

Aanbevolen wordt 375-550 gram blikvlees, aangevuld met een gelijke hoeveelheid hondenbrood; of 3 kopjes volledig hondenvoer, vermengd met 1,1/2 kopje warm of koud water. Een aanvulling met rauwe vis en vruchten is gezond voor de Ponenco Ibicenco.

Oorsprong en geschiedenis

We weten dat de oude Egyptische farao's jachthonden bezaten zoals de Podenco Ibicenco, want er bestaan afbeeldingen van dit type hond op rotsen, steen en papyrus, die uit 3000 v.C. dateren. Ook zijn er botten van dergelijke honden gevonden uit circa 4770 v.C. Door de handel kwamen de honden van de farao's ook in naburige landen terecht. Na de invasie van de Romeinen in Egypte werden hun buren, de Carthagers en Feniciers, in de 9de eeuw v.C. naar Ibiza verdreven, waar ze ongeveer een eeuw bleven; de honden die ze meebrachten bleven echter nog 3000 jaar op Ibiza. Hoewel een aantal fraaie exemplaren kort geleden van Ibiza naar Mallorca zijn overgebracht, komen de zuiverste nog op Ibiza voor; deze hebben de kleuren bewaard die op de Egyptische tekeningen te zien zijn, dwz rood of reebruin gevlekt op een witte ondergrond of effen wit, rood of reebruin.

RASPUNTEN

Algemene verschijning. Hoog, slank, fijngebouwd, grote, rechtopstaande oren.

Kleur. Effen wit, reebruin of rood, of een combinatie van deze kleuren.

Hoofd en schedel. Fijne, lange, platte schedel met duidelijke achterhoofdsknobbel. Stop niet duidelijk; enigszins gewelfde snuit; afstand van ogen tot neuspunt gelijk aan die van de ogen tot de achterhoofdsknobbel. Neus vleeskleurig, voor de onderkaak uitstekend, kaken zeer sterk en droog.

Staart. Lang, dun, laag aangezet, goed voorbij het spronggewricht reikend; tussen de benen doorgetrokken en langs de flank moet hij tot aan de ruggengraat reiken; mag hoog worden gedragen wanneer de hond opgewonden is.

Voeten. Goed gebogen tenen, dikke zolen, lichtgekleurde nagels. De voorvoeten staan soms iets naar buiten gedraaid. Hubertusklauwen aan de voorvoeten moeten niet verwijderd worden. Geen Hubertusklauwen aan de achtervoeten.